 |
 | Op het moment dat ik ga vertrekken |
 | de dag dat ik de lotto win |
 | Op het moment dat mijn huiswerk af is |
 | Het overgaan van mijn verkoudheid |
 | op mezelf |
 | De zomer |
 | Koffie |
 | De man met de zeis |
 | het licht. |
 | Op de tram. |
 |
|
 |
|  |
|
 |
dan blijf ik zitten
 |
arm worden van alle loten kopen,en nooit iets winnen
 |
Dan zal ik het toch eens moeten gaan maken
 |
Dan zal ik mijn leven slijten met het snuiten van mijn neus... En het kopen van nieuwe dozen met tissues
 |
dat zou ik nooit weten want dan ben ik dood
 |
Dan zitten we in een ijstijd.
 |
zelf halen
 |
dan heb ik het eeuwige leven
 |
het licht aan
 |
Dan pak ik de bus.
 |